+31 888 - 22 55 88
Terug naar overzicht

Werken als wijkverpleegkundige

Geplaatst in Ervaringen op 7 februari 2015 door Monique Damen

Wat houdt het beroep van wijkverpleegkundige in? Welke veranderingen dienen zich in 2015 aan? Welke eisen stelt het werk aan de opleiding? Welke zorg verleent de wijkverpleegkundige bij de patiënt?

Antwoorden op deze vragen worden gegeven in ervaringsverhalen waarin mensen uit het vakgebied aan het woord komen.

Wil je alvast weten welke vacatures voor wijkverpleegkundigen er op dit moment zijn?  Bekijk dan het aanbod of neem voor meer informatie contact op met Monique Damen via m.damen@bkv-groep.nl

Wijkzuster Judith van Hoof werkt ruim drie en een half jaar in het Brabantse dorp Zevenbergen, onder de rook van Moerdijk. “Wijkzuster klinkt vertrouwd en bekend.”

Ervaringsverhaal wijkverpleegkundige

Judith is een wijkverpleegkundige in hart en nieren. Dit vak past heel goed bij haar. “Al tijdens mijn opleiding zat ik in een leerteam in de thuiszorg. Ik heb daar veel geleerd. Na mijn opleiding heb ik even in een ziekenhuis gewerkt om te ervaren hoe dat is. Toen kwam de vacature voor wijkzuster. Ik voel me hier thuis. Zevenbergen ken ik goed, dat is voor mij precies groot genoeg. Het mooie van mijn vak is dat je bij cliënten thuis komt, je bouwt een vertrouwensband op. Je bent bij iemand te gast. Iedereen heeft zijn normen en waarden. De ene cliënt is joviaal en open, de ander meer serieus. Bij onze kennismaking probeer ik erachter te komen waar een cliënt behoefte aan heeft en wat iemand zelf kan regelen.”

Inventariseer wat nodig is

Judith (27) is in dienst van Surplus Zorg, een regionale organisatie voor welzijn, zorg, comfort en wonen, en werkt onder regie van de Regionale Kruisvereniging West-Brabant (RKV). “Vijf jaar geleden lieten leden van deze kruisvereniging weten dat zij de wijkzuster terug wilden. Omdat een kruisvereniging geen mensen in dienst kan nemen, gaat het via Surplus en andere organisaties”, legt Judith uit. Kern van het concept ‘De wijkzuster is weer terug’ is dat de wijkzuster zich naast de zorgvrager opstelt, in overleg met die cliënt de behoefte aan steun bepaalt en in de gaten houdt of de zorg geleverd wordt. “Ik inventariseer wat nodig is. Die ‘keukentafelgesprekken’ deden wij altijd al. Nieuw is dat ik informeer wat iemand zelf kan, of waar mantelzorg kan helpen. Het is niet meer zorgen voor, maar zorgen dat. Ik heb er plezier in om creatieve oplossingen te bedenken.”

In een groot aantal wijken zijn de wijkzusters actief. RKV bewaakt het concept en coördineert de inzet van de wijkzusters. “Wijkzuster, dat klinkt vertrouwd en bekend. Het spreekt ook gemakkelijk aan”, zegt Judith tevreden.

“Het is niet zorgen voor, het is zorgen dat”

Zelf doen

Het gesprek aangaan, luisteren, vragen wat iemand nodig heeft. Daar gaat het om. Maar ook om cliënten in beweging te krijgen. “Soms is het lastig om ergens doorheen te breken. Eenzaamheid is toch een taboe, merk ik. Het is voor sommige cliënten een grote stap om bijvoorbeeld naar een van de Pluspunten te gaan waar activiteiten worden georganiseerd. Ik benoem het probleem van sociaal isolement, maar leg het terug bij de cliënt. Iemand moet het grotendeels zelf doen, met mogelijke ondersteuning. Ik stimuleer, geef praktische informatie of een folder, stuur zo nodig door en kom er later weer op terug. Maar het is een lastig punt.”

Vraagverlegenheid

Judith vraagt ook vaker aan cliënten en mantelzorgers wat zij kunnen doen. “Soms kijken ze me aan of ze vuur zien branden. Ik begrijp dat het niet gemakkelijk is, mantelzorgers of buren hebben werk, een gezin, weinig tijd. Toch kunnen ze veel kleine dingen doen. We zijn dat helemaal niet gewend, vragen om steun of hulp. Dan zeggen mensen: ‘Maar onze buren zijn al tachtig.’ Waarop ik zeg: ‘U heeft me net verteld dat ze nog op vakantie gaan, dan kunnen ze u misschien ook helpen.’ Ik zie veel vraagverlegenheid.”

Drie zoenen

Judith vertelt over een cliënt waar ze deze ochtend voor het eerst kwam. “Er was ineens in het weekeinde crisis, deze mevrouw kon niet meer uit bed, kon zich niet meer verplaatsen. Familie wilde een opname, want ze kon niet meer zelfstandig wonen. Dat is soms al snel het streven. Ik ben eerst gaan kijken wat nog wel mogelijk was, hulpmiddelen als een rolstoel bijvoorbeeld en vragen wat de familie kon doen. Bij het afscheid gaf deze mevrouw me drie zoenen. Dan weet ik waarom ik dit doe. ”

“Ik durf het ook te zeggen als ik het ergens niet mee eens ben”

Judith werd een tijd geleden gevraagd om ambassadeur voor de wijkverpleegkundige te worden. Op dit leiderschapstraject van V&VN en ZonMw voor talentvolle wijkverpleegkundigen kijkt ze met plezier terug. “Ze vroegen dit aan mij omdat ik enthousiast en betrokken ben. Ik durf het ook te zeggen als ik het ergens niet mee eens ben. Ik heb veel geleerd van dit traject, van de lezingen en opdrachten. Hoe stel je jezelf voor, hoe presenteer je iets, hoe schrijf je een brief aan de wethouder, wat speelt er in de zorg, welke landelijke organisaties zijn er? Het heeft me ook zeker wat gebracht: we mogen van ons laten horen, binnen en buiten ons vak.”

Voorlopig wil Judith niets anders. “Ik wil het contact met mijn cliënten niet kwijt. Ik word bij veel zaken betrokken. Dit is voor mij een mooie start van mijn loopbaan.”

Bron: Zorgenz

Corina de Feijter

(Fotografie: Studio Oostrum)

Gedurende twaalf weken zit Zorgenz aan tafel met wijkverpleegkundigen. Het zijn gesprekken over wat dit beroep nu inhoudt, over de veranderingen die zich in 2015 aandienen, over de eisen die het werk aan de opleiding stelt, over de zinvolle zorg die wijkverpleegkundigen dicht bij de patiënt verlenen. Deze serie is mogelijk gemaakt door het ZonMwprogramma Zichtbare schakel Opleidingsimpuls wijkverpleegkundigen.

Terug naar overzicht

Om deze site goed te laten functioneren gebruiken wij cookies. Bekijk voor meer informatie ons cookiebeleid. Als je onze site gebruikt, gaan wij ervan uit dat je akkoord bent met het plaatsen van cookies.