Zijn er opvallende verschillen tussen de Nederlandse en Duitse ziekenhuizen?
"Wat betreft de arbeidsmarkt zijn er enkele verschillen tussen Nederland en Duitsland. In Nederland wordt al jaren een restrictief beleid gevoerd niet alleen ter attentie van de opleiding tot arts (numerus fixus), maar ook wat betreft de opleiding tot specialist. Via in- en uitstroom modellen binnen de beroepsverenigingen wordt bepaald hoeveel specialisten er in de nabije toekomst nodig zijn. Mede op basis van deze gegevens worden opleidingsplaatsen bepaald. Ook het Capaciteitsorgaan heeft hierin een adviserende rol. Dit betekent dat een arts die specialist wil worden, soms lang moet wachten of eerst moet promoveren om een uiteindelijk een opleidingsplaats te verwerven. Daar komt nog bij dat financiële crisis ook de Nederlandse gezondheidszorg heeft geraakt. Door bezuinigingen en verschuiven van artsentaken naar verpleegkundigen en nurse-practioners, fusies van ziekenhuizen, veranderingen in de financiële structuur binnen ziekenhuizen en het oprekken van de pensioengerechtige leeftijd, zijn er momenteel werkloze jonge specialisten of krijgen zij slechts een jaarcontract. In Duitsland bestaat ook een numerus fixus voor de studie Geneeskunde. De eisen om geneeskunde te gaan studeren zijn bijzonder hoog en het kan soms jaren duren voordat men uiteindelijk met de studie kan beginnen. Daar staat tegenover dat in de afgelopen jaren, een groot tekort is ontstaan aan specialisten. Dit heeft mede te maken met het feit dat in het verleden, vele specialisten met name anesthesisten naar Nederland, Engeland of Zweden zijn gegaan. De tekorten zijn vooral merkbaar in kleinere steden en op het platteland. Door deze ‘Ärtzemangel’ wordt naarstig gezocht naar specialisten.
Ofschoon het enorme tekort langzaam wordt ingevuld, zijn er voor Nederlandse (en Belgische) artsen diverse mogelijkheden snel een opleidingsplaats te verwerven. Niet alleen als AIOS, ook als Fachartz/Oberarzt zijn er ruime mogelijkheden om in Duitsland te werken. Het limiteren van opleidingsplaatsen zoals in Nederland, vind je niet terug in Duitsland. Op onze afdeling zijn momenteel zes assistenten in opleiding tot hartchirurg en vijf in opleiding tot vaatchirurg waarvan sommigen komen uit Oost-Europa en het Midden- Oosten. Bovendien is het mogelijk dat wanneer men de opleiding tot hartchirurg succesvol heeft afgerond, daarna de opleiding tot vaatchirurg kan volgen. Je kunt dus opgeleid worden in verschillende specialismen. De opleiding in Nederland is strak omschreven en er zijn kwaliteitsvisitaties van de opleidingsklinieken. In Duitsland zijn geen opleidingsvisitaties maar in het algemeen verschillen de opleidingen niet zo veel. De duur is meestal zes jaar waarin veel klinische ervaring wordt opgedaan, waarbij in de laatste jaren van de opleiding de assistent na een gedoseerde opbouw steeds meer gaat opereren. Als de opleiders vinden dat een assistent ‘ klaar’ is, kan deze een mondeling Facharztprüfung aanvragen bij de Ärtzkammer."