Beleef de werkdag van een jeugdverpleegkundige!

Gepubliceerd op: 15 mei 2014

Altijd al aan de slag willen gaan als jeugdverpleegkundige van 4 tot 19 jaar? Lees en beleef hieronder het ervaringsverhaal van Consultant Healthcare Jolanda Moerman. Zij liep in 2014 een dag mee met jeugdverpleegkundige Anna!

JGZ verpleegkundige: een veelzijdige functie

"In 2014 liep ik een dag mee met jeugdverpleegkundige 4-19 jarigen, Anna. Zij was werkzaam bij een GGD. Kinderen uit groep 7 van de basisschool waren haar doelgroep. Ik heb geleerd dat de functie jeugdverpleegkundige heel veelzijdig is. In het werk staat het kind en de ouders centraal. Als jeugdverpleegkundige moet je goed in staat zijn om het vertrouwen van zowel het kind als ouders te winnen en te luisteren naar wat verteld wordt. Signalen moet je hierbij constant kunnen oppikken. Oprechte interesse in het welzijn van het kind en oplossingsgericht kunnen denken zijn daarom belangrijke eigenschappen waar een jeugdverpleegkundige over moet beschikken. Daarnaast zijn goede communicatieve vaardigheden en het vermogen om een gesprek goed te sturen kwaliteiten waar je aan moet voldoen. Tenslotte is kennis van de sociale kaart van belang, indien nodig stem je af met ketenpartners."

Bezoeken basisschool

"Tijdens mijn bezoek bezochten we een kleine basisschool in een klein dorp. De kinderen die gezien werden, waren kinderen uit groep 7 (leeftijd 10/11 jaar). Ik werd geïntroduceerd als stagiaire van de GGD, elke ouder heeft vooraf apart toestemming moeten geven voor mijn aanwezigheid. Toestemming van de school had de GGD eerder al gekregen."

Doorverwijzingen regelen

"Het eerste kind dat gezien werd, was een jongen die veel te zwaar was. Hij werd doorverwezen naar een diëtiste. De moeder ging ook met haar zoon naar de huisarts voor bloedonderzoek. Anna vroeg naar zijn eet- en drinkgewoonten, leefstijl, spelen, slapen, hobby’s en (enge) dromen. Dit laatste is iets wat bij kinderen van deze leeftijd veel voor komt. De jongen had genoeg vriendjes en werd gelukkig niet gepest met zijn overgewicht. De moeder kreeg folders mee van Algemeen Maatschappelijk Werk (onder andere voor mensen die financieel minder goed kunnen rondkomen). Dit bracht Anna subtiel bij de moeder onder de aandacht, zodat de zoon hier niet te veel van merkte. Anna sprak met de moeder af om haar na anderhalve week te bellen om te horen wat de bloeduitslagen waren die dan bekend moesten zijn via de huisarts en om te horen of de afspraak met de diëtiste was gemaakt."

Advies geven

"Hierna spraken we een rustige, zachtaardige jongen die soms hoofdpijn had. Hij kreeg het advies om veel te drinken. Hij speelde veel buiten, maar zat ook graag achter de computer. Anna gaf aan dat dit leuk is en er ook bij hoort in deze tijd, maar wel gedoseerd, hij kreeg het advies om afspraken met zijn ouders te maken over hoe lang hij dit per dag mocht gaan doen."

Formulieren bespreken

"Het volgende kind was een meisje dat zich verlegener voordeed dan ze werkelijk was volgens de moeder. Ze kon heel driftig worden. Ze had een oudere broer met wie ze heel vaak ruzie had, ze treiterde hem waardoor hij kwaad werd. Het meisje won de ruzies vaak. Anna dacht dat ze te weinig zelfvertrouwen had en dat ze aan het eind van de dag met haar moeder eens moet benoemen wat goed ging die dag en niet alleen maar wat verkeerd ging. Ze moest vooral structuur hebben en veel beweging, ze kon niet stilzitten en was erg beweeglijk. Na afloop vertelde Anna dat ze het idee had dat de moeder wat achterhield. Op het formulier had de moeder aangegeven dat ze het opvoeden zwaar vond en tijdens het gesprek deed ze daar heel luchtig over. Anna ging dit nog met de leerkracht bespreken."

Dossiers bijhouden

"Het laatste kind was een meisje dat vorig jaar ook al bij Anna was geweest. Ze was een jaar blijven zitten. Ze had ADD, kreeg hiervoor Ritalin, in de klas had ze het sociaal emotioneel een beetje zwaar. Haar vriendinnen zaten een klas hoger, bij de meisjes in deze klas kwam ze er wat moeilijk tussen. Ze woonde ook niet in de buurt van de meisjes in haar toenmalige klas. Anna vertelde wat over de werking van Ritalin en adviseerde de moeder veel structuur aan te brengen. De moeder had de huisarts gevraagd om een doorverwijzing naar de kinderarts, maar dat wilde de huisarts niet doen. Hij wilde de dosering van Ritalin zelf bepalen, de moeder vond dit jammer, maar durfde er niet tegen in te gaan. Ik vroeg (later) aan Anna welke rol zij hierin kon spelen, ze gaf aan dat ze hier niet veel aan kon doen. Ze vermelde het wel in het dossier en besprak het met de jeugdarts. Het meisje had veel rugpijn. Ze had steunzolen. Anna adviseerde haar moeder naar de fysiotherapeut te gaan. In het dorp was een sportvereniging waar ze kennis kon maken met diverse sporten. Dit was goed voor haar motoriek, maar ook voor haar zelfvertrouwen adviseerde Anna haar moeder. Ze wilde het meisje over een jaar in groep 8 nog een keer zien."

De werkdag van een verpleegkundige JGZ in het kort

"Anna vertelde aan het kind en de moeder wat het bezoek aan haar inhoudt, ze legde uit wat ze ging doen. Er was een half uur voor elk consult, daarin moest ook alles in het systeem worden verwerkt. Ze vroeg aan de kinderen hoe zij zich voelden, hoe het ging op school en thuis. De vragenlijst die ouders vooraf per post kregen nam ze met ouders en kind door. Het kind werd gewogen en gemeten in de onderkleding, deze gegevens werden in het DD verwerkt (KD plus). Ze liet de groeicurve zien, wat de verwachtte lengte zal worden volgens de curve en wat de erfelijk bepaalde lengte kon worden. Ze noteerde ook de lengte van beide ouders. De BMI (Body Mass Index) werd ook bekeken. Ze vroeg het kind wat de hobby’s waren, eetgewoonten (ontbijt!), spelen, vriendjes, (enge) dromen, gezinssituatie, pestgedrag, alcohol, hoeveelheid slaap, bedplassen, hygiëne. Ze speelde goed in op wat het kind vertelt. Ze wekte vertrouwen, ouders en kind waren open tegen haar. Aan het eind van het gesprek gaf ze folders mee over puberteit, alcohol. Ze vroeg ook aan de ouders of zij rookten en of zij dat in huis deden. Anna had alleen basisschoolkinderen, uit groep 7. De verpleegkundige zag de kinderen in groep 2 en in de tweede klas VO en speciaal onderwijs, werden zij door jeugdarts en de doktersassistent gezien. De kinderen werden vanuit het consultatiebureau overgedragen middels een warme overdracht. Anna overlegde ook met de ZAT teams van de scholen. Hierin zaten verder de schooldirecteur, schoolmaatschappelijk werk, de intern begeleider, psycholoog of orthopedagoog. Bij kinderen waar meer aan de hand is, nodigde Anna ouders en kind uit op het CJG en ging hen niet thuis bezoeken, mensen zijn in hun privé omgeving minder toegankelijk. Anna gaf ook voorlichting op ouderavonden, bijvoorbeeld thema :”Lentekriebels” over puberteit. Ze was ook coach van een project overgewicht bij kinderen. Anna gaf aan dat je oprechte interesse moet hebben in een kind, willen achterhalen of het kind goed in zijn/haar vel zit. Je moet goed in staat zijn een gesprek goed te voeren en dit op een logische manier moet sturen."

Enthousiast geworden?

"Mijn indruk van de functie van jeugdverpleegkundige 4-19 is dat vertrouwen winnen van kind en ouders  zeer belangrijk is om een goed beeld van het kind te krijgen. Ook jezelf open stellen en luisteren, daarmee ook horen wat er juist niet gezegd wordt." 

Wil je  zelf een keer meelopen met een jeugdverpleegkundige of meer informatie over de vacatures en mogelijkheden? Neem contact op met Jolanda Moerman via jolandamoerman@bkv.jobs of +31 6 - 81 08 80 59.